Inspiratie

Jezus sprak in zijn onderwijs vaak over weduwen als een groep van mensen die aan de rand van de samenleving staan en per definitie arm en uitgesloten zijn. Kansarmen die bescherming en hulp nodig hebben. Het best gekend is het verhaal van “het penningske” van de arme weduwe maar een ander opmerkelijk verslag lezen we Lucas 7:11-17.

Jezus loopt met zijn discipelen van Kafarnaüm naar Naïn in Galilea, ongeveer 8 uur wandelen. Er is veel volk in het stadje, er wordt iemand begraven. Het is de enige zoon van een weduwe. Het Griekse woord neaniskos, hier vertaald met “jongeling” duidt op een man tussen 24 en 40 jaar. Vanaf nu staat ze er alleen voor. Niemand die nog voor haar zal zorgen. Zoals ook wezen en vreemdelingen had zij geen sociale zekerheid en kwam ze in een spiraal van armoede terecht.

Jezus komt naderbij, kijkt naar de weduwe, ziet haar verdriet en wordt meteen met ontferming bewogen.  Hij houdt de begrafenisstoet tegen, zegt tegen de weduwe niet meer te wenen, raakt de draagbaar aan waarop haar zoon ligt en wekt hem op tot leven. Niet evident als je weet dat de Joodse wet verbood om met een dode in contact te komen maar dit blijkt Hem niet te deren. Hij toont geen terughoudendheid of vrees voor verontreiniging.  Alleen de toeschouwers werden bevreesd, door de almacht van Jezus,  en loofden God.                

Enkele uren daarvoor had Hij trouwens op afstand een andere dode opgewekt : de slaaf van een legerofficier. We kennen ook dit verhaal van de man die zei “ Heer, ik ben niet waardig dat Gij onder mijn dak komt …” (Luc. 7:6).  Hier prijst de Heer Jezus het grote geloof van deze man.

Maar met de weduwe van Naïn gaat het anders. Ze had Jezus niets gevraagd, en er wordt evenmin verwezen naar haar geloof.

We kunnen alleen maar besluiten dat Jezus met ontferming bewogen was over het noodlot dat haar getroffen had –eerst je man verliezen en daarna je enige zoon- maar ook over de noodsituatie waarin ze terecht gekomen was, haar armoede en haar sociale uitsluiting. Zijn spontane hulp was ONVOORWAARDELIJK !

Ook in ons land leven vandaag 1,5 miljoen mensen met de hete adem van de armoede in de nek. Een leven op of onder de armoedegrens, een leven in een krabbenmand. Een chronische ziekte, echtscheiding of partnerverlies, of werkloosheid kunnen er voor zorgen dat ze in de armoede sukkelen en er niet meer uitgeraken. Ze wonen ook in onze buurt en zijn onze naaste. Ook onze hulp is ONVOORWAARDELIJK.

Advertenties